Categorie archief: Overdenking

18 november 2012, Strijd

De 11 november vieringen zijn weer voorbij, het plechtige ‘Te Deum’ is weer gezongen, bijgewoond door hoogwaardigheidsbekleders, oud-strijders en andere genodigden. Wij zijn dankbaar dat wij al enkele generaties in vrede moge leven en dat is goed. Vooral wie zelf nog oorlog meemaakte of met de harde gevolgen ervan geconfronteerd werd zal dat goed beseffen. Toch lijkt het soms dat wij wat in slaap sukkelen, er is weinig over van die uitbundige vreugde van bij de ‘bevrijding’. Er zijn ook zorgen genoeg in het dagelijks leven, bovendien kan je niet echt blij worden van de meeste nieuwsberichten. De financieel economische crisis die zwaar toeslaat, geweldhaarden die maar niet lijken te stoppen, zelfs weer oplaaien zoals nu in het Midden-Oosten.

Zoveel nieuwe trauma’s voor zoveel mensen… je zou er moedeloos van worden. Vooral als je door een van de partijen die geweld gebruikt hoort verklaren: ‘dat geweld nooit tot vrede kan leiden maar alleen maar geweld oproept’ Dan denk je toch: ‘Hoe is het mogelijk?’ Het flitste het door mij heen: is al dat wapengekletter, geen weerspiegeling van de geestelijke strijd die in deze wereld plaatst vindt?

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.” Efeziërs 6:12 Dat geldt op het persoonlijke vlak maar ook om ons heen, in deze wereld. Deze strijd moet evenzeer met goddelijke wapenrusting gestreden worden! Daartegen kan je maar stand houden met als zwaard de Geest, nl. Gods woorden: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Marcus 12:31

Je zou denken: een volk dat zozeer snakt naar vrede, kan toch begrijpen dat een ander volk evenzeer snakt naar vrede. Dan blijft er toch maar één ding over: samen zitten en zoeken en spreken tot er vredevol samengeleefd kan worden. Spijtig genoeg blijkt het zo eenvoudig niet te zijn. Wat speelt er onderliggend allemaal een rol? Een verschillende cultuur en godsdienst en onbekendheid hiermee zullen daar zeker een belangrijk aandeel in hebben. Daarbovenop komen ook alle economische problemen om een gemeenschap in leven te houden. Dat kan wantrouwen en angsten voeden en zo onverdraagzaamheid meebrengen. Zijn het geen heel typische menselijke kenmerken? Bij Gods woorden gaf Jezus ons nog een krachtig wapen, Hij leerde ons bidden met geloof: “Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.” Marcus 11,24

Tegen de schriftgeleerde die Jezus antwoordde dat het belangrijkste is God liefhebben met ‘heel’ je kracht en onze naaste liefhebben als onszelf zei Jezus: “U bent niet ver van het koninkrijk van God.” Is het geen altijddurende opdracht voor christenen om te bidden voor oorlogsgebieden, dat Gods Woord aan bod kan komen, dat mensen angsten voor elkaar verruilen voor elkaar leren kennen, trachten te begrijpen, zoeken naar mogelijkheden om samen te leven….de lijst is lang, heel lang. Tot Christus terugkomt en Zijn koningrijk onverdeeld zal heersen, wat een uitbundige vreugde zal dat geven! Maranatha!

7 oktober 2012, Weet wat je kiest?

Deze dagen, een week voor de gemeenteraadsverkiezingen, is dat aan de orde in België. Voor sommigen is de keuze duidelijk al gemaakt, een traditionele of een nieuwe keuze, sommigen twijfelen en anderen vinden het weinig belangrijk. Dat laatste is spijtig te noemen, want niet overal in de wereld is het mogelijk om een persoonlijke stem uit te brengen. Soms is zelfs niet toegestaan om te denken zoals je wil, of ten minste niet om daar uitdrukking aan te geven. En in heel wat landen ben je niet vrij om een andere godsdienst aan te hangen dan voorgeschreven door de regering of is de druk van de anders gelovigen om je heen zo groot, dat je gezin het op velerlei manieren moet ontgelden of zelfs verjaagd wordt.
Wij bevinden ons hier dus in een comfortabele positie wat die vrijheid betreft.

Dat is een hele rijkdom en die kwam er niet zonder offers en strijd door onze voorouders. Daar mogen wij de Heer dan ook dankbaar voor zijn dat er in ons land mogelijkheden zijn, zowel om je stem uit te brengen als om je kandidaat te stellen. Die mogelijkheden, zelfs al vinden wij ze niet toereikend of altijd te kort schietend, ze zijn een kostbaar goed. Vooral de ouderen onder ons weten dat het zomaar van de ene op de andere dag kan veranderen, het is immers toch minder dan een eeuw geleden dat er twee maal een wereldoorlog uitbrak! Het loont de moeite om waakzaam te zijn over hoe er bestuurd wordt. Daaruit volgt ook dat een stem uitbrengen een zekere verantwoordelijkheid vraagt en minstens een klein onderzoek waard is naar politieke standpunten en programmapunten van partijen en of personen. “Onderzoek alles, behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet.” schrijft ook Paulus aan de Tessalonicenzen 5.

Hoewel het niet zo gemakkelijk is om duidelijke informatie te vinden, vele thema’s zijn gemeenschappelijk en alleen in lichtjes gevarieerde omschrijvingen weergegeven. Straks als de stemmen geteld zullen zijn, samenwerkingsverbanden of niet, zal er samengewerkt moeten worden, er zullen ook compromissen gesloten worden…
Gebed is meer dan nodig om een goede stem uit te brengen, om een goed bestuur te krijgen. Een bestuur dat zich inzet om zo rechtvaardig mogelijk te besturen, waar het verdrukken van groepen of zwakkeren geen kans krijgt en waar geen vreemdelingen haat of angst heerst.

Gebed is ook nodig opdat ‘christenen’ die zich willen inzetten een kans krijgen en vooral dat zij zich herinneren wiens naam ze dragen.
“Op die dag komt hij om te worden geprezen door al de zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn – ook door u, want u hebt ons getuigenis aangenomen. Daarom bidden wij altijd dat onze God u deze roeping in ere doet houden, dat hij u door zijn kracht de vaste wil geeft het goede te doen en u door uw geloof al het mogelijke tot stand laat brengen. Dan zal door de genade van onze God en van de Heer Jezus Christus de naam van onze Heer Jezus door u geprezen worden, en u door hem.” 2Tessalonicenzen 1:10-12
Dan kunnen wij over hen met Paulus volmondig meezeggen: “Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden; ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat u de wijsheid hebt om het goede te doen en dat u standhoudt tegen het kwaad.” Romeinen 16:19

23 september 2012; Barmhartigheid

Een grote lijn die je in alle Bijbelboeken terugvindt, misschien al bij eerste lezing of misschien pas na herhaaldelijke lezing, – want er is veel dat je kan treffen in de bijbel – is: “barmhartigheid”, één van de grote eigenschappen van onze God.
In de bijbel kan je op velerlei manieren en in allerlei toonaarden lezen over het medeleven, het geduld, de vergevingsgezindheid van God, over de redding die God geeft, ondanks de ergernisgevende daden van de mens, van Gods volk. Kortom over Gods genade, die Hij in zijn grote liefde, betoont aan mensen. Je leest er over, de hele geschiedenis door, in alle Bijbelboeken.

Het begint al in het eerste bijbelboek na de ongehoorzaamheid van de mens. Anders dan gewoonlijk, heeft de mens zich verstopt voor de avondwandeling met God. Alsof dat mogelijk zou zijn (!) maar het drukt heel juist uit hoe de mens er in zijn hart aan toe is na de zonde! Toch wil God graag wandelen met de mens en roept hem: “Waar ben je?”. Alhoewel God duidelijk maakt dat je Hem niet om de tuin kunt leiden: “Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?”, toch God vraagt om uitleg; “Wie heeft je vertelt dat je naakt bent?…Waarom heb je dat gedaan?”. Is het niet precies wat een vader zou doen, als zoon of dochter lief het bont gemaakt heeft? De gevolgen van onze daden blijven, maar God is barmhartig en Hij maakte kleding voor Adam en Eva en zorgt dat we niet voor altijd in die toestand moeten blijven. Hij jaagt de mens en zijn vrouw weg uit de tuin van Eden, weg van de levensboom. En in hoofdstuk 3 vers 15 mogen we al iets bespeuren van zijn Goddelijke genadeplan. Tegen de slang zegt God: dat er vijandschap zal zijn tussen hem en de mens. Ja, de slang zal de mens in de hiel bijten, -veel kwaad doen- maar de nakomeling van de mens, zal de kop van de slang vermorzelen, dat is definitief! Dat is wat Christus voor ons deed, door Zijn lijden en verrijzenis overwon Hij de macht van de dood. Daarmee werd de satan overwonnen en dus het kwaad want alles wat hij doet leidt immers naar de dood, dat zagen we al in de tuin van Eden.

Nog een daad van Gods barmhartigheid ontving de mens via Mozes, in de vorm van duidelijke richtlijnen hoe het leven goed geleefd kan worden. Ook door de profeten, die werden door God opgedragen om de mensen te waarschuwen. Opdat Zijn mensen zouden stoppen met het nalopen van heidense volken en verafgoden van goden die geen goden zijn. Opdat ze zouden ophouden met het onschuldig bloedvergieten, het verdrukken van armen, vreemdelingen, weduwen en wezen.
In de psalmen worden Gods barmhartigheid, het verlangen van de mens naar Gods recht en de menselijke onmacht dikwijls als hartekreten uitgeroepen naar God of wordt Gods grootheid en Zijn gerechtigheid, die de mens mag ervaren, vreugdevol uitgezongen.
En dan zijn daar eindelijk de evangeliën, die beschrijven hoe Gods belofte werkelijkheid geworden is; de Barmhartige zelf werd mens, Jezus van Nazareth. “‘Als God uw Vader was,’ zei Jezus tegen hen, ‘zou u mij liefhebben, want ik ben bij God vandaan gekomen toen ik hiernaartoe kwam. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar hij heeft mij gezonden.” (Joh. 8:42 ) Hij leefde ons voor, hoe God het oorspronkelijk met de mens begrepen had; leven dicht bij Zijn schepper, in vriendschap. In Zijn grote barmhartigheid verrichtte Hij vele tekenen en wonderen, onderrichtte Hij de mensen drie jaar lang, opdat hun de ogen open zouden gaan.
Nadat Hij verrezen was verscheen Hij meerdere malen aan zijn leerlingen en at zelfs met hen, de kleingelovigheid van mensen kennende. Want welke mens kan echt iets begrijpen van de kracht van Gods liefde? Kracht die zelfs de allesvernietigende dood overwon! Hoewel Zijn discipelen Hem in Zijn nood in de steek hadden gelaten, zorgde Hij ervoor dat ze in hun nood samenkwamen en Zijn Geest ontvingen. In diezelfde barmhartigheid blijft Zijn Geest met ons, tot aan het einde van de tijd.
Dat God zo barmhartig is moet iedereen horen toch? Daarom werd ik zo getroffen door het openingswoord van onze oudste op de startavond van het nieuwe seizoen: “Het evangelie verkondigen is een werk van barmhartigheid.” En of hij gelijk heeft!

26 augustus 2012; Een nieuwe start

’t Is volop genieten van de zomer deze maand! Je merkt het aan de vele bootjes op de Leie tegenover de kerk. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat varen ze af en aan. Maar heb je ook al gemerkt hoe het ’s avonds al weer een stuk vroeger donker is? Een onmiskenbaar teken: het najaar is in aantocht! En met het najaar nadert in de Kerk aan de Leie ook het nieuwe werkjaar. Deze weken wordt er volop gewerkt aan de voorbereiding: plannen worden gemaakt, afspraken worden vastgelegd, een activiteitenkalender wordt opgesteld, …

Naar goede gewoonte is ook dit jaar het derde weekend van september STARTWEEKEND, dat is het weekend van zondag 16 september. Die zondag zal ’s morgens in de kerkdienst het Heilig Avondmaal worden gevierd, blijven we ’s middags in de kerk om gezellig samen te eten en dan in de namiddag een wandeling te maken in het natuurgebied de Bourgoyen.
Maar het startweekend begint al op vrijdagavond 14 september met de voorstelling van het werkplan 2012/2013. Op die voorstelling is iedereen van harte uitgenodigd: vaste kerkleden, regelmatige en minder regelmatige bezoekers, iedereen die een idee wil hebben van wat er zich het komende jaar in en rond het kerkcentrum aan de Gordunakaai zal afspelen, is welkom. Wellicht is er onder de diverse activiteiten ook iets waar je zelf wil aan deelnemen!? Kom op vrijdag 14 september om 20u naar de kerk en ontdek het.

We willen graag een open kerk zijn, een uitnodigende gemeenschap. Het is niet de bedoeling onszelf te vermaken op een religieuze manier met allerlei activiteiten. De bedoeling is het evangelie – het goede nieuws – van Jezus Christus te laten klinken in, maar evenzeer buiten onze kerk. Dat doen we in de overtuiging die Petrus verwoordde in Handelingen 4:12 ‘Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam [de naam van Jezus Christus] is de enige op aarde die de mens redding biedt’. We hebben een zeer bemoedigende en hoopvolle boodschap. Hoeveel mensen zijn daar niet naar op zoek? We mogen die boodschap niet voor onszelf houden. Laten we als kerkgemeenschap er samen naar leven en ons ook samen inspannen om die boodschap uit te dragen naar de mensen in onze nabije omgeving, in de wijk waar we wonen, in de stad, …
Dus, geniet verder nog van deze mooie maand augustus om vol goed moed en met Gods hulp in september een nieuwe start te maken!

1 juli 2012; vakantie is…

Vakantie is… naar een eredienst gaan op je vakantieplek
Vakantie is… een goed boek lezen … vakantie is …

Hoe je je vakantie ook invult, het is een bijzondere tijd. Misschien alleen al omdat je iets minder op de tijd let?! Of stop jij die tijd meteen weer boordevol plannen, zodat het aardig puzzelen is om ze allemaal te kunnen uitvoeren? Meteen is de vraag gesteld: hoe ga ik om, met die door de Allerhoogste gegeven tijd?
Mensen zoeken een prachtig stukje natuur op; hoge bergtoppen, een grillige kustlijn, een uitgestrekt heuvellandschap, smaragdgroene zeeën, het imponeert ons en bewonderen de panorama’s. Zouden ze misschien God zoeken?

In elk geval is het mooi genieten van de ruimte die er plots is om te ontspannen, te reizen, mensen te ontmoeten, eens lekker te rusten, van je tuin te genieten, het park of om eindelijk eens dat boek te lezen. Zie jij door dat alles ook onze genadige God?
Weet je wat ook mooi is? Misschien wel het mooist van al, dat is het herontdekken Wie God is, die God van de bijbel die onze God wil zijn! Die God van wie we ‘kinderen’ zijn, mogen zijn! Daar neem je toch graag tijd voor?!

Want dat is ook mooi, kijken naar God, ja, nu nog niet met deze ogen maar toch… welk beeld krijgen we als we Zijn Woord lezen? Het is toch daar dat we zijn karakter ontdekken? Daar ontdekken we toch hoe ‘lang’ Zijn geduld is, dat wij ‘kinderen’ zijn in Zijn ogen en wat Hij voor ons over heeft? Geheel en al bezorgd om ons, elk mens kostbaar, zelfs de haren op ons hoofd zijn geteld door Hem! Elke mens mag bij Hem thuiskomen, hoe klein en onbeduidend ook. Hoe verdorven of hoeveel die mens ook op zijn kerfstok heeft, bij Hem is iedereen welkom, vergiffenis waard, vatbaar voor verbetering. De moordenaar bij Hem aan het kruis was diezelfde dag nog met Hem in het paradijs, de hoer werd ook gespaard. Want wie bij Hem komt krijgt Zijn naam op het voorhoofd, wordt beschermd.

Als u van het licht geniet deze vakantie mag je dan ook genieten van ‘Zijn lichtend gelaat’ in Zijn woord. Als je van de zon geniet, ontdek dan ook ‘de zon van gerechtigheid’ in Zijn Koninkrijk. Geniet je van een heldere fontein, drink uit de ‘bron van levend water’ die Jezus is.
Vakantie is… meer genieten van God!

17 juni 2012; Identiteit

Het vinden van een identiteit is voor alle mensen van fundamenteel belang. De ene mens komt al vroeger tot de vraagstelling: “Wie ben ik?” dan de andere, sommigen zelfs pas op gevorderde leeftijd… (waar onderstaande niet vreemd aan is) Jongeren staan aan het begin van die zoektocht, dikwijls gaat dat ongemerkt en onbewust. Sommigen zijn er al vrij vroeg bewust mee bezig. Of dat dan een voor- of nadeel is, hangt in grote mate af van de volwassenen waar ze in vertrouwen mee kunnen omgaan. Daarom is het ook een grote verantwoordelijkheid van de kerk om aandacht te geven aan jongeren in de gemeente en ze voor vol te aanzien.
Als wij zien dat God ons zegent met aanwezigheid van jongeren dan zullen wij ze echt een plaats in ons hart en in de gemeente geven. Het is zeker vruchtbaar om daar regelmatig eens bij stil te staan en onszelf daarover te bevragen. Zij kunnen voor de volwassenen een hulp zijn om goed naar de Heer Jezus te kijken en telkens weer de vraag te stellen hoe Jezus omging met zijn medemensen hier op aarde. Hoe benaderde Jezus zondaars, zondaressen?

Opmerkelijk is hoe Hij echt aandacht heeft voor de persoon met wie Hij spreekt en kijkt naar hoe die man of die vrouw is, naar de identiteit. Hij wijst hen daar op zonder uit de hoogte te doen of op hen neer te kijken. Neen, met veel liefde en geduld maar ook in waarheid. Hij laat ook zien wie Hijzelf is. Dat kunnen mensen dan afwijzen of aanvaarden. Toch met deze oprechte en eigenlijk ook kwetsbare houding, in een gesprek van oog tot oog, wordt er ruimte gecreëerd opdat de Genade zou kunnen landen in het hart, zodat dat hart ontvankelijk wordt voor het evangelie.

Door deze ‘eenvoud’-ige, (niet oordelende maar open) benadering geven we vrijheid aan die jongere, (man/vrouw) om zichzelf te zien zoals hij of zij is en ook ruimte om daarover in gesprek te gaan. Er wordt ruimte gecreëerd om te spreken over wat echt gelukkig maakt. Hier kan de volwassen christen wat van zichzelf tonen en laten zien naar wie hij/zij opkijkt. Dan kan getoond worden dat hij/zij zich laat leiden door Jezus. Dat Jezus de Goede Herder is die ons weidt naar groene, veilige weiden. Als wij uit de bron van levend water drinken, tonen wij dat Gods Woord onuitputtelijk is. Dan kunnen ook zij leren dat de liefde van de Vader onvoorwaardelijk is en onnoembaar trouw!
En zelf kunnen wij ervan leren dat het twijfelen aan onze identiteit die wij in Christus hebben een verleiding is van de satan. Die probeerde het ook bij Jezus: “Als u de zoon van God bent, …” Matteüs 4:3

6 mei 2012; Wij hebben een opdracht.

‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’
Dat zeiden de engelen tegen de apostelen toen Jezus ten hemel opgestegen was en door een wolk aan hun ogen ontrokken werd. Zo zijn wij mensen, wij hebben tijd nodig om bijzondere dingen bij ons te laten ‘landen’ a.h.w. Zelfs als we iets met eigen ogen gezien hebben, zeggen we nog: ‘ik kan het niet geloven’. Gelukkig dus dat de Heer Jezus duidelijk zichtbaar voor de ogen van de apostelen naar de hemel ging, naar zijn Vader.
Wie weet of de apostelen en de leerlingen wel terug naar Jeruzalem gekeerd zouden zijn om samen op de komst van de helper te wachten. Samen biddend en verlangend uitkijkend! Misschien waren ze dan wel zoals de Emmaüsgangers op weg naar huis gegaan met het gedacht dat het allemaal mooi was geweest maar nu ten einde. Nóg maar eens, zoals bij de gevangenneming en de kruisdood van Jezus. Of zoals in eerste instantie bij het ontdekken van het lege graf. Wij mensen zijn hardleers, Jezus had wel drie maal zijn lijden aangekondigd en zo dikwijls getoond wie Hij was en erover gesproken, toen Hij met zijn leerlingen rondtrok in Galilea en Judea.

Vandaag zijn wij niet anders, denk ik. Hoe moeilijk is het niet om ervan doordrongen te zijn hoe zeer God ons lief heeft? Of hoe groot het werk van Jezus is dat Hij voor ons deed? Misschien is het nog moeilijker om echt te leven in de zekerheid dat Christus alleen met zijn offer de enige EN volledige verzoening bewerkte. Hoe snel vervallen we niet in het denken dat wij allerlei dingen MOETEN doen om goed christen te zijn. Wij zijn spijtig genoeg niet voortdurend vervuld van het besef van alle genadegaven die wij ontvangen. De grote Genade dat Jezus nu aan de rechterhand van de Vader voor ons een plaats voorbereidt en voor ons pleit en de kracht en de zorgen die dagelijks ontvangen.

Door de woorden van de engelen werden de apostelen aan Jezus’ laatste woorden herinnerd, om op de helper te wachten en om dan de wereld in te trekken en over Hem te getuigen zodat ook anderen die fantastische gaven van God zouden leren kennen.
Want op een dag komt Jezus weer en dan zal Hij scheiding aanbrengen tussen de bokken en de schapen, tussen wie in zijn naam de hongerigen te eten gaf, de naakten kleedde, de dorstigen laafde … en wie dat niet deed. Er is veel dat Hij ons te doen geeft. En vooral ook samen met het hele mystieke lichaam van Christus biddend en verlangend uitkijken naar de werken van de Heilige Geest in ons leven, de gemeente de wereld en de wederkomst van Jezus.

22 april 2012; Wees niet bang!

Waarom heeft God zo afgedaan, in ons oude continent? Vraag jij je dat soms ook zo af, als je in de media weer eens een aanval op ‘het Christelijk geloof ’ of zelfs op God zelf hoort? Is het niet omdat maar al te dikwijls Jezus’ persoon niet erkend wordt zoals Hij zich geopenbaard heeft, bevestigd door de Vader? Jezus is een goed mens … één of andere profeet. Waar hebben we dat nog gehoord? Of, Jezus is God, waardoor men niet alleen Zijn lijden onderschat maar ook Gods’ liefde en nabijheid.

“Nu ben ik doodsbang” Hoe opmerkelijk, deze woorden komen van dezelfde man die tientallen keren aan anderen zegt: “Wees niet bang.” U raadt het al, het zijn woorden van Jezus, ook die eerste. Die sprak hij enkele dagen voor zijn dood, toen Filippus en Andreas Jezus kwamen zeggen dat enkele Grieken, ‘niet-gelovigen’, hem wilden spreken. Hierop antwoordde Jezus met de aankondiging dat Zijn lijden, d.i. het lijden van de mensenzoon, noodzakelijk is en de tijd daarvoor nu aangebroken is. Hij verklaart dat door het beeld van de graankorrel te gebruiken, die in de aarde moet sterven opdat een nieuwe halm kan ontkiemen en uitgroeien tot een goed gevulde korenaar. Joh.12:23-24 Het is duidelijk dat Hij hier spreekt over zichzelf als ‘Messias’, ‘Zoon van God’, de Mensenzoon. In vers 25 zegt Hij hoe het werkt om als Hem te zijn: “Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven.” Dan maakt Jezus duidelijk dat, als je bij Hem wil horen, je ook Zijn voorbeeld moet volgen maar dan zal je ook zijn waar Hij is, ja, God zelf zal hem dan eren! Lees maar vers 26: “Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.” Wat een wonderlijke en onvoorstelbare belofte!

Wat een verschil met wat we daarna lezen: “Nu ben ik doodsbang.” Dit klinkt wel heel menselijk! En bijna als een verzuchting klinkt wat erop volgt: “Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan?” Je zou kunnen zeggen dat Jezus naadloos overgaat van het ‘God zijn’ naar het ‘mens zijn’, al lijkt dat wat oneerbiedig uitgedrukt. Het is misschien vooral fout gezegd. Want Jezus is helemaal God en Jezus is helemaal mens in één persoon. Dat zit dan ook helemaal in wat volgt: “Maar hiervoor ben ik juist gekomen” In deze wereld als mens gekomen, geboren uit de maagd Maria, van bij God vandaan, “‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste …’ ” Luc.1:34
Dat oude continent heeft zoveel nood aan het leren kennen van Jezus, Gods liefde voor ons! Vragen wij de Vader om veel vruchten van Zijn Geest voor al zijn kinderen, opdat die liefde kan gezien worden en Jezus de Mensenzoon kan erkent worden. Ja, Jezus is God en mens!

8 april 2012; Getuigende vrouwen

Een overdenking bij Matteüs 27:55-28:8

Het valt niet mee om te reconstrueren hoe alles precies verlopen is op die eerste Paasmorgen. Er zijn ook zo veel mensen bij de gebeurtenissen betrokken: de vrouwen, de leerlingen, … Ontzet en opgetogen (Matt.28:8) lopen ze door en langs elkaar, heen en weer tussen de stad en het lege graf. Ze worden geconfronteerd met iets waarop ze totaal niet ingesteld zijn. Ze zijn nog helemaal gefocust op Jezus sterven. Alles wat er aan gedachten en gevoelens in hen omgaat, sluit hen af voor wat ze op de Paasmorgen moeten gaan zien, horen, geloven en uitdragen.

De opstandingverhalen – zo beweren sommigen – zitten vol tegenstrijdigheden dat ze wel moeten verwezen worden naar het domein van de fantasie. Maar Paulus zegt: als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos (1Kor.15:14). Eigenlijk zijn de verschillen tussen de verhalen over de opstanding helemaal niet zo vreemd en pleiten ze juist voor de levensechtheid van de berichten en de geloofwaardigheid ervan. Indien de vier evangeliën een identiek relaas van de feiten hadden gegeven, juist dan zou dit vanuit de veelheid aan ooggetuigenverhalen op verdacht maakwerk lijken.
In de overvloed aan informatie die ons geboden wordt, richten we ons verder op de rol van de vrouwen bij het sterven en de opstanding van de Heer.

Uitgediende vrouwen zijn getuige van Jezus’ sterven en begrafenis.

Na het sterven van Jezus, vertelt Matteüs over de vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren. Drie van deze vrouwen worden door Matteüs meer specifiek aangeduid. Maria uit Magdala die in de opstandingverhalen van alle vier de evangeliën een belangrijke rol speelt. Uit Lucas 8:2 weten we dat de Heer bij haar zeven demonen had uitgedreven. Maria die de moeder van Jakobus en Josef genoemd wordt en die mogelijk een tante van Jezus was. En de moeder van de twee apostelen Johannes en Jakobus, de zonen van Zebedeüs die door Marcus bij haar naam wordt genoemd: Salome (Marc.15:40).
Waarom al die namen en al die details? Wordt het verhaal daardoor niet nodeloos ingewikkeld en verliezen we zo de kern van de boodschap niet uit het oog? Toch niet. Het gaat niet zo maar om een paar willekeurige vrouwen. Het gaat om met naam en toenaam vermelde getuigen. Het waren bekenden. Je kon bij hen navragen wat ze precies allemaal hadden gezien. Getuigen! Ze stonden toe te kijken van op een afstand, nauwlettend volgen ze wat er gebeurt en nemen het in zich op.

Deze vrouwen geloofden in Jezus. Ze waren hem gevolgd, ze hadden hem geholpen. Ze hadden grote dingen verwacht toen Jezus nadrukkelijk optrok naar Jeruzalem. Maar het liep allemaal zo anders als ze hadden verwacht. Jezus hing hier nu tussen twee misdadigers aan een kruis en stierf. De vrouwen lijken uitgediend. Wat kunnen ze nog betekenen voor Jezus?
Laat op de middag zien ze een rijk en belangrijk man opdagen, Jozef uit Arimatea. Wellicht had hij een leidinggevende plaats in het stadsbestuur. Hij was een volgeling van Jezus. Zijn positie maakt het mogelijk Pilatus nog te spreken. Het was namelijk niet gebruikelijk zich nog laat op de dag aan te melden bij Romeinse overheidspersonen. Zijn rijkdom stelt hem in staat een begrafenis voor Jezus te regelen. Jezus’ lichaam wordt in pas gekocht zuiver linnen gewikkeld en in een nieuw uitgehouwen rotsgraf gelegd. Een grote steen wordt voor de ingang van het graf gerold.

Twee van de vrouwen die bij het kruis stonden zijn ook hier getuige van. Maar er wordt niet verteld of er ook contact geweest is tussen de vrouwen en Jozef van Arimatea. Zelfs bij het begraven van Jezus schijnen de vrouwen helemaal uitgediend te zijn. Ze waren gaan zitten tegenover het graf en daar blijven ze achter als Jozef van Arimatea weer vertrekt. Ze kunnen alleen maar stille getuigen zijn. Getuigen van Jezus’ sterven en begrafenis.
Opgeschrikte vrouwen zijn getuige van Jezus’ opstanding
Op de dag na Jezus’ sterven gaan de hogepriesters en Farizeeën naar Pilatus. Het is een sabbat! Maar op deze sabbat durven de Joodse leiders niet in vertrouwen op God te rusten van hun werk op de dag voordien. Het was hun te binnen geschoten dat Jezus – die bedrieger, noemen ze hem – gezegd had na drie dagen uit de dood te zullen opstaan. Ze vragen Pilatus of hij het graf wil laten bewaken tot de derde dag. Ze zijn bang dat de leerlingen het lichaam komen weghalen en met verwijzing naar het lege graf, de opstanding gaan verkondigen. Verbazend is dat het juist de vijanden zijn die zich Jezus’ woorden over opstanding herinneren. De leerlingen zelf staan er niet bij stil, we horen niets over hen.
Uitgediende vrouwen hebben gezien hoe Jezus stierf aan het kruis. Een rijke leerling begraaft hem en de leiders nemen maatregelen tegen een mogelijke grafroof. Jezus’ dood moet zo voor ieder een voldongen feit zijn en blijven. Maar dan grijpt God zelf in want in het verzegelde graf van een zogenaamde bedrieger, daar hoort de Zoon van God niet thuis.

De twee vrouwen die na de graflegging het langst in de buurt gebleven waren, zien we bij het aanbreken van de eerste dag van de week weer op pad gaan. De gedachte aan Jezus laat hen niet los en daarom komen ze kijken naar het graf. Uit de andere evangeliën weten we dat ze ook specerijen meenamen om de lijkgeur tegen te gaan.
Terwijl ze op weg zijn komt een engel van de Heer het verzegelde graf openen. De wachters beven van angst, vallen als dood neer en brengen verderop in het verhaal verslag uit van het gebeuren bij de hogepriesters die hen omkopen om de leugen te verspreiden dat de leerlingen het lichaam toch weggenomen hebben.
Als de vrouwen bij het graf aankomen zijn de bewakers al verdwenen. De vrouwen zijn verbaasd over de weggewentelde steen en worden verrast door de verschijning van een lichtende engel met sneeuwwitte kleding. Maar de opgeschrikte vrouwen worden gerust gesteld: wees niet bang, jullie zoeken Jezus de gekruisigde, maar hij is hier niet. Hij is opgestaan uit de dood zoals hij zelf gezegd heeft. Heel anders dan de hogepriesters en de Farizeeën, moeten de vrouwen herinnerd worden aan deze uitspraak van Jezus. Wellicht hadden ze de betekenis ervan ook nooit goed begrepen.

De vrouwen worden uitgenodigd door de engel: Kijk maar op de plaats waar hij gelegen heeft. De vrouwen gaan het graf binnen en vergewissen zich van wat de engel zegt. De lijkwade lag er nog, maar ze was leeg, een lege cocon. Het lichaam van Jezus was inderdaad weg. De trouwe dienstbare vrouwen, opgeschrikt door de onverwachte ontmoeting bij het graf worden nu bevoorrechte getuigen: het graf is leeg want de Heer is opgestaan.
Ingeschakelde vrouwen maken ook Jezus’ discipelen tot getuigen
Als de vrouwen er zich van vergewist hebben dat het lichaam van Jezus niet meer in het graf is, worden ze weer ingeschakeld. Hun inzet kan weer gebruikt worden. Niet meer ten dienste van Jezus nu, maar ten dienste van de leerlingen. Ga nu snel naar de leerlingen en zeg hun: Hij is opgestaan uit de dood. En ook nog: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien. De vrouwen geloven en gaan op pad en hun geloof wordt bevestigd als ze de opgestane Heer zelf ontmoeten. En ook hij zegt hun: ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien. De opdracht om naar Galilea te gaan, dient als een soort herkenningscode die de apostelen moet overtuigen van de waarheid van het bericht. Na het laatste avondmaal, toen Jezus alleen met de elf overgebleven apostelen op weg was naar de Olijfberg, had hij hen gezegd: Nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea (Matt.26:32). Nooit eerder had Jezus het daarover gehad. Met niemand anders dan met de elf had Jezus gesproken over een weerzien in Galilea. Vlak daarna werd hij gevangen genomen, sloegen de discipelen op de vlucht en raakten ze verspreid over de stad. Ze waren radeloos en wanhopig en dachten helemaal niet meer aan die laatste woorden van Jezus over opstanding en weerzien in Galilea.
En nu komen die vrouwen hen opzoeken met het onwaarschijnlijke bericht dat Jezus uit de dood is opgestaan en … dat hij hen wil weerzien in Galilea. Het roept iets wakker in hun herinnering aan de avond van Jezus’ gevangenneming. Ja, dat had hij gezegd maar ze hadden toen helemaal niet goed begrepen wat hij bedoelde. Nu begint er iets te dagen. Stilaan dringt het onwaarschijnlijke van het gebeuren tot hen door: Jezus heeft altijd al geweten dat hij sterven zou maar ook dat de dood hem niet zou kunnen vasthouden. Ontzetting en opgetogenheid, maakt zich meester niet alleen van de vrouwen, maar ook van de leerlingen. En ook zij mogen de opgestane Heer ontmoeten. En ook zij mogen getuigen worden. Voor alle volken zelfs!
– – –
Zij die de feitelijkheid van de opstanding loslaten, beweren dat het meer gaat om de religieuze ervaringen die in het opstandingverhaal worden verwoord en die op hun beurt ook weer religieuze ervaringen bij ons kunnen oproepen. Maar welk houvast biedt mij de ervaring van een ander? Welk houvast biedt mij de religieuze ervaring van dit moment?
Het gaat bij de opstanding niet om religieuze ervaringen maar om controleerbare feiten. De vrouwen, met naam en toenaam bekend, waren eersterangsgetuigen van Jezus’ sterven, begrafenis en opstanding. Dat is geen fantasie, het zijn feiten. De vrouwen zijn ontzet en opgetogen. Dus toch een religieuze ervaring? Ja, maar geen religieuze ervaring die belang heeft op zichzelf. Het is een gevoel dat gebaseerd is op een overweldigende werkelijkheid. Zo mogen ook wij nog steeds ontzet en opgetogen zijn want … De Heer is werkelijk opgestaan!
Philip de Coster Pasen 2012

8 april 2012; Getuigende vrouwen. Een overdenking bij Matteüs 27:55-28:8

Het valt niet mee om te reconstrueren hoe alles precies verlopen is op die eerste Paasmorgen. Er zijn ook zo veel mensen bij de gebeurtenissen betrokken: de vrouwen, de leerlingen, … Ontzet en opgetogen (Matt.28:8) lopen ze door en langs elkaar, heen en weer tussen de stad en het lege graf. Ze worden geconfronteerd met iets waarop ze totaal niet ingesteld zijn. Ze zijn nog helemaal gefocust op Jezus sterven. Alles wat er aan gedachten en gevoelens in hen omgaat, sluit hen af voor wat ze op de Paasmorgen moeten gaan zien, horen, geloven en uitdragen.

De opstandingverhalen – zo beweren sommigen – zitten vol tegenstrijdigheden dat ze wel moeten verwezen worden naar het domein van de fantasie. Maar Paulus zegt: als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos (1Kor.15:14). Eigenlijk zijn de verschillen tussen de verhalen over de opstanding helemaal niet zo vreemd en pleiten ze juist voor de levensechtheid van de berichten en de geloofwaardigheid ervan. Indien de vier evangeliën een identiek relaas van de feiten hadden gegeven, juist dan zou dit vanuit de veelheid aan ooggetuigenverhalen op verdacht maakwerk lijken.
In de overvloed aan informatie die ons geboden wordt, richten we ons verder op de rol van de vrouwen bij het sterven en de opstanding van de Heer.

Uitgediende vrouwen zijn getuige van Jezus’ sterven en begrafenis
Na het sterven van Jezus, vertelt Matteüs over de vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren. Drie van deze vrouwen worden door Matteüs meer specifiek aangeduid. Maria uit Magdala die in de opstandingverhalen van alle vier de evangeliën een belangrijke rol speelt. Uit Lucas 8:2 weten we dat de Heer bij haar zeven demonen had uitgedreven. Maria die de moeder van Jakobus en Josef genoemd wordt en die mogelijk een tante van Jezus was. En de moeder van de twee apostelen Johannes en Jakobus, de zonen van Zebedeüs die door Marcus bij haar naam wordt genoemd: Salome (Marc.15:40).

Waarom al die namen en al die details? Wordt het verhaal daardoor niet nodeloos ingewikkeld en verliezen we zo de kern van de boodschap niet uit het oog? Toch niet. Het gaat niet zo maar om een paar willekeurige vrouwen. Het gaat om met naam en toenaam vermelde getuigen. Het waren bekenden. Je kon bij hen navragen wat ze precies allemaal hadden gezien. Getuigen! Ze stonden toe te kijken van op een afstand, nauwlettend volgen ze wat er gebeurt en nemen het in zich op.
Deze vrouwen geloofden in Jezus. Ze waren hem gevolgd, ze hadden hem geholpen. Ze hadden grote dingen verwacht toen Jezus nadrukkelijk optrok naar Jeruzalem. Maar het liep allemaal zo anders als ze hadden verwacht. Jezus hing hier nu tussen twee misdadigers aan een kruis en stierf. De vrouwen lijken uitgediend. Wat kunnen ze nog betekenen voor Jezus?

Laat op de middag zien ze een rijk en belangrijk man opdagen, Jozef uit Arimatea. Wellicht had hij een leidinggevende plaats in het stadsbestuur. Hij was een volgeling van Jezus. Zijn positie maakt het mogelijk Pilatus nog te spreken. Het was namelijk niet gebruikelijk zich nog laat op de dag aan te melden bij Romeinse overheidspersonen. Zijn rijkdom stelt hem in staat een begrafenis voor Jezus te regelen. Jezus’ lichaam wordt in pas gekocht zuiver linnen gewikkeld en in een nieuw uitgehouwen rotsgraf gelegd. Een grote steen wordt voor de ingang van het graf gerold.
Twee van de vrouwen die bij het kruis stonden zijn ook hier getuige van. Maar er wordt niet verteld of er ook contact geweest is tussen de vrouwen en Jozef van Arimatea. Zelfs bij het begraven van Jezus schijnen de vrouwen helemaal uitgediend te zijn. Ze waren gaan zitten tegenover het graf en daar blijven ze achter als Jozef van Arimatea weer vertrekt. Ze kunnen alleen maar stille getuigen zijn. Getuigen van Jezus’ sterven en begrafenis.

Opgeschrikte vrouwen zijn getuige van Jezus’ opstanding

Op de dag na Jezus’ sterven gaan de hogepriesters en Farizeeën naar Pilatus. Het is een sabbat! Maar op deze sabbat durven de Joodse leiders niet in vertrouwen op God te rusten van hun werk op de dag voordien. Het was hun te binnen geschoten dat Jezus – die bedrieger, noemen ze hem – gezegd had na drie dagen uit de dood te zullen opstaan. Ze vragen Pilatus of hij het graf wil laten bewaken tot de derde dag. Ze zijn bang dat de leerlingen het lichaam komen weghalen en met verwijzing naar het lege graf, de opstanding gaan verkondigen. Verbazend is dat het juist de vijanden zijn die zich Jezus’ woorden over opstanding herinneren. De leerlingen zelf staan er niet bij stil, we horen niets over hen.

Uitgediende vrouwen hebben gezien hoe Jezus stierf aan het kruis. Een rijke leerling begraaft hem en de leiders nemen maatregelen tegen een mogelijke grafroof. Jezus’ dood moet zo voor ieder een voldongen feit zijn en blijven. Maar dan grijpt God zelf in want in het verzegelde graf van een zogenaamde bedrieger, daar hoort de Zoon van God niet thuis.
De twee vrouwen die na de graflegging het langst in de buurt gebleven waren, zien we bij het aanbreken van de eerste dag van de week weer op pad gaan. De gedachte aan Jezus laat hen niet los en daarom komen ze kijken naar het graf. Uit de andere evangeliën weten we dat ze ook specerijen meenamen om de lijkgeur tegen te gaan.

Terwijl ze op weg zijn komt een engel van de Heer het verzegelde graf openen. De wachters beven van angst, vallen als dood neer en brengen verderop in het verhaal verslag uit van het gebeuren bij de hogepriesters die hen omkopen om de leugen te verspreiden dat de leerlingen het lichaam toch weggenomen hebben.

Als de vrouwen bij het graf aankomen zijn de bewakers al verdwenen. De vrouwen zijn verbaasd over de weggewentelde steen en worden verrast door de verschijning van een lichtende engel met sneeuwwitte kleding. Maar de opgeschrikte vrouwen worden gerust gesteld: wees niet bang, jullie zoeken Jezus de gekruisigde, maar hij is hier niet. Hij is opgestaan uit de dood zoals hij zelf gezegd heeft. Heel anders dan de hogepriesters en de Farizeeën, moeten de vrouwen herinnerd worden aan deze uitspraak van Jezus. Wellicht hadden ze de betekenis ervan ook nooit goed begrepen.

De vrouwen worden uitgenodigd door de engel: Kijk maar op de plaats waar hij gelegen heeft. De vrouwen gaan het graf binnen en vergewissen zich van wat de engel zegt. De lijkwade lag er nog, maar ze was leeg, een lege cocon. Het lichaam van Jezus was inderdaad weg. De trouwe dienstbare vrouwen, opgeschrikt door de onverwachte ontmoeting bij het graf worden nu bevoorrechte getuigen: het graf is leeg want de Heer is opgestaan.

Ingeschakelde vrouwen maken ook Jezus’ discipelen tot getuigen
Als de vrouwen er zich van vergewist hebben dat het lichaam van Jezus niet meer in het graf is, worden ze weer ingeschakeld. Hun inzet kan weer gebruikt worden. Niet meer ten dienste van Jezus nu, maar ten dienste van de leerlingen. Ga nu snel naar de leerlingen en zeg hun: Hij is opgestaan uit de dood. En ook nog: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien. De vrouwen geloven en gaan op pad en hun geloof wordt bevestigd als ze de opgestane Heer zelf ontmoeten. En ook hij zegt hun: ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien. De opdracht om naar Galilea te gaan, dient als een soort herkenningscode die de apostelen moet overtuigen van de waarheid van het bericht. Na het laatste avondmaal, toen Jezus alleen met de elf overgebleven apostelen op weg was naar de Olijfberg, had hij hen gezegd: Nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea (Matt.26:32). Nooit eerder had Jezus het daarover gehad. Met niemand anders dan met de elf had Jezus gesproken over een weerzien in Galilea. Vlak daarna werd hij gevangen genomen, sloegen de discipelen op de vlucht en raakten ze verspreid over de stad. Ze waren radeloos en wanhopig en dachten helemaal niet meer aan die laatste woorden van Jezus over opstanding en weerzien in Galilea.

En nu komen die vrouwen hen opzoeken met het onwaarschijnlijke bericht dat Jezus uit de dood is opgestaan en … dat hij hen wil weerzien in Galilea. Het roept iets wakker in hun herinnering aan de avond van Jezus’ gevangenneming. Ja, dat had hij gezegd maar ze hadden toen helemaal niet goed begrepen wat hij bedoelde. Nu begint er iets te dagen. Stilaan dringt het onwaarschijnlijke van het gebeuren tot hen door: Jezus heeft altijd al geweten dat hij sterven zou maar ook dat de dood hem niet zou kunnen vasthouden. Ontzetting en opgetogenheid, maakt zich meester niet alleen van de vrouwen, maar ook van de leerlingen. En ook zij mogen de opgestane Heer ontmoeten. En ook zij mogen getuigen worden. Voor alle volken zelfs!
– – –
Zij die de feitelijkheid van de opstanding loslaten, beweren dat het meer gaat om de religieuze ervaringen die in het opstandingverhaal worden verwoord en die op hun beurt ook weer religieuze ervaringen bij ons kunnen oproepen. Maar welk houvast biedt mij de ervaring van een ander? Welk houvast biedt mij de religieuze ervaring van dit moment?

Het gaat bij de opstanding niet om religieuze ervaringen maar om controleerbare feiten. De vrouwen, met naam en toenaam bekend, waren eersterangsgetuigen van Jezus’ sterven, begrafenis en opstanding. Dat is geen fantasie, het zijn feiten. De vrouwen zijn ontzet en opgetogen. Dus toch een religieuze ervaring? Ja, maar geen religieuze ervaring die belang heeft op zichzelf. Het is een gevoel dat gebaseerd is op een overweldigende werkelijkheid. Zo mogen ook wij nog steeds ontzet en opgetogen zijn want … De Heer is werkelijk opgestaan!