30 januari 2011

Beste zusters en broeders,

“Zoek de HEER, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de HEER.” Sefanja 2:3

Sefanja roept zijn volk dringend op zich te bekeren nu er nog tijd is. Nederigheid en rechtvaardigheid zoeken, een boodschap die ook Jezus leerde aan zijn leerlingen. Zoals in de Bergrede van Jezus: “Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.” Mat.5:3 Wat betekent dat eigenlijk? Het gaat er hier om te erkennen dat wij hulpbehoevend zijn, van God afhankelijk met de hoop op het Koninkrijk. En 6 “Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.” Hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van het Koninkrijk is geloven in Jezus, want mijn gerechtigheid is te zwak.  Die gerechtigheid kwam Jezus de mensen onderrichten.

Die gerechtigheid vraagt een offer van ons, nl. dat wij afzien van onze eigengerichtheid en ons richten naar God en wat Hij door Zijn zoon leerde. Jezus weet dat wij uit onszelf daar niet toe in staat zijn, maar beseffen wij dat altijd? Hij toonde in zijn leven hoezeer Hij ons bemint, niet alleen met woorden maar met daden, Hij heelt ons, gaf zijn leven voor ons. Hij leert ons hoezeer wij bemind zijn door de Vader. Dat wil zeggen: ik ben gewild. Ik ben niet de afgewezene van God, als ik niet afwijs. Ik ben niet de ‘geklasseerde’ als ik niet discrimineer. Ik ben niet onrechtvaardig behandeld als ik mij voed met de gerechtigheid van het Koninkrijk! Hoe dikwijls hebben wij in ons hart de ander al veroordeeld met ons gevoel. Dat vonnis kunnen we in de ban doen of als een balk uit ons oog trekken. Dat is de gerechtigheid van het Koninkrijk, want Zijn liefde voor ons was eerst!

In geloof wordt ons de Geest geschonken, kunnen wij ons richten op Christus. Met die gerechtigheid mogen wij ons voeden! Broeders en zusters, door Gods Genade kunnen wij ons hierin oefenen zodat wij die liefde waarmee God ons lief heeft kunnen delen met elkaar en onze naaste.

16 januari 2011, vreugde in de HEER

Beste gemeenteleden,

Misschien troffen u ook die heerlijke verzen van de profeet Jesaja 61:10-11. “Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden. Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen, zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog van alle volken.”

Het deed mij denken aan het gered zijn van de tweede dood zoals daar in het boek Openbaring over gesproken wordt. Je kijkt om je heen en denkt: gerechtigheid in deze wereld is ver te zoeken. Vele plaatsen worden geteisterd door overstromingen, mensen doen elkaar veel onrecht aan… De ravages die er door veroorzaakt worden hebben een jarenlange nasleep.

En toch weet je: het is zoals je in Jesaja leest. Want wie vond er groter vreugde in Zijn God, Zijn HEER dan Jezus? Door hun wederzijdse liefde, van Vader naar Zoon en van Zoon naar Vader, vonden zij vreugde in elkaar. Jezus volbracht volkomen, op elk moment de wil van de Vader en die had ‘welbehagen’ in Hem. De wil van God maakt alles volmaakt; “Hij zag dat het goed was”. Overal waar Jezus hier op aarde kwam, sprak en handelde Hij in gerechtigheid. Hij deed niemand onrecht, Hij keek vol liefde in ieders hart. Hij bracht Gods Koninkrijk nabij want Hij is de Koning.

Dan zie je; in zijn omgeving ontkiemt de gerechtigheid. Hij kwam de apostelen, de leerlingen en allen die wilden zien, leren hoe te leven en met mensen samen te leven. Hij had Zijn Woord al gegeven door profeten en grote daden voor Zijn volk. Nu nam Hij hen hoogst persoonlijk mee op weg. Op weg naar de Vader, want dat was Zijn levensdoel, zodat overal op aarde gerechtigheid zou kunnen ontkiemen.

Hoe machtig toch dat Jezus ons meeneemt in die gerechtigheid, ook nu al op deze aarde. Door Zijn Goddelijke kracht werden wij losgerukt van die banden van de dood. Wel te verstaan de eeuwige dood.  En eens zullen alle volken, alle machtigen der aarde het zien!

27 januari 2011 om 19u30, filmbespreking

Voor de derde filmbespreking is er deze keer gekozen voor een film van Christopher Nolan. Voor diegene die bekend zijn met het werk van Christopher Nolan zullen weten dat hij films maakt om over na te denken. Ook in ‘Inception’ is dit het geval en daarom willen na het bekijken van deze film verder ingaan op een aantal onderwerpen. Voor meer informatie over de film zie de officiële website.

2 januari 2011, Van oud naar nieuw wandelen door psalmen 90-95!

Wij hebben het vernomen, de engelen lieten het horen, de herders waren getuigen van het mensgeworden Woord. De wijzen en Simeon zagen het, Hannah vertelde het voort, het Goddelijk mededogen werd zichtbaar in Kerst. Doordrongen van deze liefdedaad van onze God mochten wij het oude achter laten en hoopvol het nieuwe jaar des Heren inschuiven.

Dringt deze Goddelijke daad echt goed tot ons door, dan willen we God loven en prijzen, bijvoorbeeld met het begin van psalm 92:2-3 “Het is goed de HEER te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste, in de morgen te getuigen van uw liefde en in de nacht van uw trouw, “

Het vraagt echter maar een kleine dosis zelfkennis om te weten dat wij lang niet alle dagen in staat zijn om God vreugdevol te loven. Er zijn heel wat redenen waarom we terneergeslagen kunnen zijn en gebukt gaan onder beproevingen, lasten. Ieder mens draagt zo een rugzakje dat gaandeweg gevuld raakt. De vraag is: ’Wat willen wij meenemen in dat rugzakje?’

Laten we in moeiten bedenken dat wij God toch nog zullen loven (psalm 42) omdat wij weten wat de Heiland voor ons deed! Zoals in vers 5 psalm 92: Want Gij, HERE, hebt mij verheugd door uw daden, over de werken uwer handen zal ik jubelen.”

Dat God mensen zo graag ziet, dat wij Hem mogen leren kennen, dat Hij mens werd en de gehoorzaamheid aan zijn ouders leerde en zijn hemelse Vader, met een smetteloze liefde gehoorzaam werd tot op het kruis, dat is een heilig wonder!

Daarom wensen wij elkaar toe, beste lezer, dat wij ook als onze voeten tegenstribbelen en ons hart tegenpruttelt, de Heer zullen loven en prijzen want “Nee, de HEER zal zijn volk niet verstoten, zijn liefste bezit niet verlaten. De rechtspraak voegt zich weer naar het recht, de oprechten van hart sluiten zich aan.” Psalm 94:14-15

Dat wij zullen roepen de heilige naam van de HEER als in Psalm 91:14 ”Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij je zijn, je bevrijden en met roem overladen, je overvloed geven van dagen. Ik zal je redding zijn.”

Hier spreekt de HEER, zó is zijn heilige naam! Dat schenkt onze Heiland in genade alleen. Deze rijkdom mag onze rugzak vullen! Dat wij op onze tocht de dagen zo mogen tellen dat wijsheid ons hart vervult (naar psalm 90:12) uit genade alleen. Laten wij dat dankbaar voor elkaar bidden. Dan kunnen wij het oude bij het kruis achterlaten, Jezus Christus droeg het weg!

Dan kunnen wij jubelend bidden Psalm 95!

1 Kom, laten wij jubelen voor de HEER,
juichen voor onze rots, onze redding.
2
Laten wij hem naderen met een loflied,
hem toejuichen met gezang.

3 De HEER is een machtige God,
een machtige koning, boven alle goden verheven.
4
Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde,
de toppen van de bergen behoren hem toe,
5
van hem is de zee, door hem gemaakt,
en ook het droge, door zijn handen gevormd.

6 Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de HEER, onze maker.
7
Ja, hij is onze God
en wij zijn het volk dat hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.

Luister vandaag naar zijn stem:
8
‘Wees niet koppig als bij Meriba,
als die dag bij Massa, in de woestijn,
9
toen jullie voorouders mij op de proef stelden,
mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien.

10 Veertig jaar voelde ik weerzin tegen hen.
Ik zei: “Het is een stuurloos volk
dat mijn wegen niet wil kennen.”
11
En ik zwoer in mijn woede:
“Nooit gaan zij mijn rustplaats binnen!”